Tourploegen worden zoetjesaan bekend
Jacques Chapelure | 26 juni 2016Kijk bijvoorbeeld op overzicht selecties op nu.nl.
Kijk bijvoorbeeld op overzicht selecties op nu.nl.
Voor Pinot en zijn feestvierende ploegmaats is het nog een heel eind naar Parijs. Een groot stuk in de ploegwagens, maar toch.
Ik verklaar me solidair. Niet van harte. En niet vanuit een vergelijkbare feestelijke positie.
Oeioei, beste lezers. De hele Pyreneeën overgetrokken en geen woord van me laten horen. Reken het mij niet aan, vraag ik u deemoedig. Het waren de omstandigheden, niet mijn keuzes.
De lift die ik vorige week kreeg was geen onverdeeld succes. De pindakaas was van beduidend betere kwaliteit dan de auto. Nog geen 90 kilometer onderweg of het voertuig gaf de geest, rochelend en rokend als de spreekwoordelijke opa die zowaar tot 96 kwam. En ik moest nog zo ver!
Natuurlijk heb ik al mijn technische kennis in de strijd gegooid om het vehikel tot werklust te bewegen. Maar het demonteren van bougies, contactpuntjes, nokkenassen, distributieriem, dynamo, carburatie en nog veel meer bracht geen oplossing. Zelfs het weer monteren van al die onderdelen mocht niet helpen. De inmiddels opgetrommelde garagist riep hulpeloos dat hij zo’n model motor nog nooit had gezien. Afslepen was de enige optie.

Potverdorie. Het valt niet mee. De coureurs is de welverdiende rustdag volop gegund. Maar voor een onfortuinlijke reporter valt het niet mee. Afgelopen dinsdag deed ik verslag van de dramatische etappe naar Huy. Daarna heeft u me niet meer gehoord of gezien. Niet dat ik niet wilde, oh nee, maar op een of andere manier liepen mijn nobele pogingen rechtstreeks de soep in. En niet zo’n beetje soep. Nee, een manhaftige portie Italiaanse minestrone met maffiacelli.
Wat nu weer, hoor ik u verzuchten. Ach het begon zo onschuldig. Nadat ik mijn verslag op de site had gezet, kreeg ik een telefoontje van Ted. Of ik een pakketje wilde oppikken en over de Franse grens bij een bevriende relatie van Felix afgeven. En als je baas dat vraagt, zeg je geen nee. Het was nog een hele lading. Met volle rugzak ging ik op pad. Laat in de avond, in Cambrai, ja de finish was me weer eens te vlug af, liep ik Paolini tegen het lijf. Hij liep ongemakkelijk en had duidelijk last van zijn voeten. Ik dook mijn rugzak in voor de voetenbalsem, maar vond het niet. Wel knapte door het gemier een zakje van mijn lading open en ik herkende het duidelijk als talkpoeder. Dan dat maar, dacht ik en wreef Paolini’s voeten er krachtig mee in. Zo krachtig dat het spul in het rond stoof en zelfs onze neuzen wit kleurden. Het werd nog een vrolijk avond. De dag erop, voor de kijkers: woensdag, was ik ruim op tijd in Amiens. In de VIP-zone werd ik aangesproken door een figuur met zonnebril en lange regenjas. Waarom ik mijn pakketje niet in Cambrai had afgegeven, wilde hij weten. Drommels, totaal vergeten! Van uitleg wilde hij niet weten, dat moest maar elders. En elders had kennelijk haast, want ik werd meegesleurd en in een wachtende limousine geknikkerd. Gelukkig droeg ik mijn rugzak bij me en op de plaats van bestemming aangekomen, stelde ik de inhoud terstond ter beschikking van mijn gastheer. Die was tevreden. Weliswaar ontbrak er een zakje, maar hij wilde niet pietluttig doen. “U mag een paar schoenen uitzoeken”, sprak hij met een vileine glimlach. Ik begon lont te ruiken toen een assistent een betonmolen in gang zette.Beste jongens en meisjes. Uw aller Jacques kon zich gisteren niet melden. Geen tijd. Of, beter gezegd, geen toegang tot de media. In de Citadelle van Huy zat ik de ganse avond in een muf klein kamertje; om opnieuw een uiterst geprikkelde ondervrager te woord te staan. Het lijkt me dienstig uit te leggen hoe dat zo kwam.
Morgenstond, goud in de mond. Zo ontwaakte ik in Antwerpen. Jazeker, ruim op tijd om me aan te sluiten bij de Tourkaravaan. In een bijna euforische stemming golfde ik mee door het Vlaamse land. Allerhande wetenswaardigheden en rake uitspraken van renners noteerde ik onderweg op mijn verslaggevers-notabloc (waarvan ik er 83.712 opkocht toen de Zevenaar Post overstapte op tablets; dus als u nog wat nodig heeft, maken we een leuk prijsje).Vrienden van Jacques! Daar ben ik dan. Mijn eerste bijdrage tijdens deze Tour die nu al memorabel mag heten. Een klein excuus mijnerzijds. Ik ben er gisteren niet live bij geweest. De directeur had me strafcorvee toebedacht. Een kleingeestige maatregel voor een vergissing met wat wachtwoorden. Ik ben ervan overtuigd dat u er geen enkele hinder van had. Maar ja, de keuze was “corvee of ww”. En omdat ik weet dat de heren Felix en Ted nimmer ww-premie afdragen, was de keuze slechts beperkt tot de helft van de aangeboden mogelijkheden. Het is niet anders.
Maar vandaag was een andere dag. En wat voor dag. Zelfs het weerbericht blaakte van Tourenthousiasme. Waarom anders gold Code Geel. Overigens heb ik gemengde gevoelens bij de term Code Geel, omdat die wel erg lijkt op Fall Gelb, en dat bracht in 1940 heel andere pelotons naar de lage landen. Heeft u me gezien in Utrecht? Ik stond vlakbij de burgemeester kort voor dat schattige meisje kordaat de schaar in het lint zette. Ze moest twee keer knippen, wat mogelijk werd veroorzaakt doordat ik mijn microfoonkabel langs het lint had gelegd. Nou ja, dacht ik, dan maar een dagje genoegen nemen met een schrijvende rol. Zo ver zou het niet komen.Laat me duidelijk zijn. Ik was op tijd en op de goede plek. Ik zag de renners onder de Domtoren passeren. En allemaal waren ze voor het zingen die kerk weer uit. En laat nou bij het zingen enig ongemak ontstaan. Want, u zag het op tv, een paar bochten verderop hield het hele circus halt voor het startlint. Een officieel uitgedost koor hief de Marseillaise aan. Jawel, nipt 200 jaar nadat de Fransoos het land uit was geknikkerd na een akkefietje bij Waterloo. Vol overtuiging klonk het “Aux armes citoyens, Formez vos bataillons” en nog wat bloeddorstige frasen. Voordat ik tot 3 kon tellen, flapte ik er tegen mijn buurman uit “Als dat maar geen terreurdreiging, code geel, is.” Tot dat moment had ik niet gezien dat mijn buurman een oortje droeg.
In de volgende scene kon ik zelfs niet tot 2 tellen. Ik lag al in de houdgreep op de Utrechter kasseien, buiten het zicht van de camera’s. “Terreur” was een van de woorden waar mijn buurman bijzonder op getraind had. Het gevolg was dat ik de coureurs nog net zag vertrekken maar aansluitend een geblindeerde rondrit maakte. Ergens in een bosrijke omgeving werd ik een grauwe betonnen barak ingestuurd. Ook hier bleek alles geblindeerd. Er was slechts één bureaulamp, maar die werd zo fanatiek op mij gericht dat ik nog niet kon zien waar of met wie ik nu was. Er begon een interview dat mij op zijn zachts onhoffelijk voorkwam.
Ach, u zit hier niet op te wachten. En de ergste pijn begint al te zakken. Laten we het erop houden dat ik mijn onschuld overtuigend heb aangetoond. Jammer dat het de hele middag kostte. Dan maar naar Antwerpen. Ik schuw geen enkel middel om daar te geraken. Dat alles om u, mijn geliefd publiek, de details te kunnen melden die elke andere verslaggever ontgaan. Zelfs Karel Kettingkast, en da’s voorwaar geen kleintje.Het past helemaal bij Utrecht, “dom, dom, dom”. Net als “foutje, bedankt”, dat ooit door aarts-Utrechter Rijk de Gooijer werd ingezet (Reaal, weet u het nog?). Helaas, er is een fout gemaakt, waardoor alle wachtwoorden zijn gereset. Als je nu dus wilt inloggen, krijg je de boodschap dat het wachtwoord niet klopt.
Maar niet getreurd. Gebruik de mogelijkheid “wachtwoord vergeten” om je gezag te herstellen.
Sorry, het is niet mijn fout.
4 en 5 juli 2015. De dagen waarop Utrecht op zijn kop staat als epicentrum van de Tour.
Even een rekensommetje: 4+5=9. Da’s gemakkelijk. Combineren we de beschikbare gegevens, in de juiste volgorde, dan komen we op 15-7-9. En nu, let op, ontvouwt zich een symboliek waarbij de Da Vinci Code verbleekt als de eerste beste Donald Duck. 1579! Heeft u ‘m door?
Ik leg het uit. 1579 staat in de geschiedenisboekjes als het jaar van de Unie van — jawel — Utrecht. Een pact van vooraanstaande heeren om eendrachtig de Spanjool uit de lage landen te verdrijven. “Laet onsch het eerste schot lossen en sendt hen toewaarts de Pyreneeën!”, lees ik in de notulen.L’histoire se répète, wanneer op 4 juli het startschot valt. De Spanjaard, gespeeld door Alberto Contador, zal zich per rijwiel zuidwaarts spoeden alsof de ‘Ollanders hem op de hielen zitten. Of het hem dezelfde glorie brengt als vorige maand in Italië, zal ik u nog niet onthullen. Natuurlijk weet ik het wel, maar ik zeg het niet. Dat “weten” is niet zo lastig als je de voortekens weet de duiden. Een proeve van mijn bekwaamheid staat hierboven. Maar het is spelbederf om hier een beetje de uitslagen uit de doeken te doen. Het zou u de lust benemen om mee te doen aan de Tourtoto van Felix en Ted. En dat kan niet de bedoeling zijn.
Eén tip geef ik u mee. Let op de renner die om 15:79 uur van het startpodium vetrekt.Ik leg mijn notitieblokje klaar en ga de Tour van nabij volgen! Voor u, natuurlijk.
Heb er zin in!
Goed, het is niet helemaal mijn verdienste. Maar met trots attendeer ik u, dierbare bezoeker, op de pagina over de prijsuitreiking.
En voor de liefhebbers van het grote Wat-Als-spel, heb ik de scores van coureurs en het aantal uitvallers per speler op een rijtje gezet. Of liever gezegd…laten zetten. Het was me deze keer niet vergund lijfelijk aanwezig te zijn bij de prijsuitreiking. Het heeft in Frankrijk nogal wat voeten in de aarde gehad om mij uit mijn minieme onderkomen te bevrijden. Ik heb er nota bene sinds mijn bericht van 19 juli in vastgezeten. Mijn hulpgeroep werd slechts beantwoord door lallende Fransozen die aan de deur rammelden. Zonder resulaat. Aansluitend hoorde ik een zeer lokaal buitje tegen een van de zijkanten van mijn behuizing kletteren. En “merci” kon er niet af. Nou ja, mijn sanitair was in orde. Voor de laatste maal dit jaar: “Dixi”. En de hartelijke groeten natuurlijk.
Een hele hijs. Gisteren naar Chamrousse, vandaag naar Risoul. Nibali als eerste boven in Chamrousse, de Tourzege in de pocket?
Nou ja, als eerste. Uiteraard was ik er eerder. Een verslaggever moet de wedstrijd immers van boven kunnen bekijken. En bij gebrek aan een eigen helicopter was ik te gast in het VIP-parc bij de Arrivée. Ik had verwacht mijn concullega Karel Kettingkast te ontmoeten. Maar wie ik ook bevroeg, ik werd slechts glazig aangekeken. Eén van de VIPs, in het dagelijks leven psychiater, bood me een spoedbehandeling aan, wat ik beleefd van de hand wees. Kettingkast, zo blijkt uit mijn listig geformuleerde vragen, is in het geheel niet gesignaleerd in het domein der prominenten. En als ik zijn columns er op na sla (moet u ook doen), zie ik opvallend vaak “hotel”, “breedbeeld” en “wifi” of soortgelijke bewoordingen. Ik heb stellig de indruk dat zijn berichten voornamelijk uit de grote duimen komen. Wat natuurlijk een staaltje atletisch typewerk is.
Ikzelf was er dus wel. Maar mijn interview met de heer Nibali moet u tegoed houden. De omstandigheden waren tegen mij. Ik doel dan op de warmte. Of liever, het dringende advies om voldoende te drinken. Een advies waaraan ik gewillig gevolg gaf, zeker toen de garçon van dienst mijn perskaart (platinum edition) zag en terecht concludeerde dat mijn connecties met de heer Prudhomme hors categorie zijn. Helaas dwong het mij, kort voor de finish, tot een bezoek aan zekere faciliteit. Aldaar kreeg ik de deur wel op slot maar lukte het mij na de opluchting niet diezelfde deur te ontgrendelen. Wie niet beter weet, ruikt kwade opzet.
De teleurstelling, warmte en gebruikte consumpties moeten mij in slaap hebben gebracht. Zojuist werd ik wakker van een schommelende beweging. De deur zit nog steeds op slot. Uit gebrom onder mij leid ik af dat mijn behuizing op een vrachtwagen is gehesen. Ik neem aan om naar Risoul te verkassen. Een troostende gedachte, dat ik daar dan weer als eerste aankom.
Ik bezin mij op een ontsnappingsmogelijkheid. Hoe zou Houdini het hebben aangepakt? Of Willem H.? We zullen zien. Tot dan: Dixi!
(Dixi: Latijn voor ‘ik heb gezegd’; tevens een merknaam voor mobiel sanitair)
Recente reacties